De Viermarken, Enschede
Zorgboerderij 'Passiflorahoeve', Harskamp
An 't Haog, Rijkevoort De Walsert
Boerderij Gouda, Gouda
Kwekerij 'De Sleutelbloem'., Noorden
Zorgboerderij 'De Ruimte', Dalfsen

Artikel Ontwikkelingen in wet- en regelgeving

Ontwikkelingen in wet- en regelgeving voor de zorg   
De Nederlandse overheid heeft in en na 2004 besloten alle wet- en regelgeving voor de zorgsector in beweging te brengen. Het gaat soms om ingrijpende structuurveranderingen in de zorg. Ik noem een aantal relevante ontwikkelingen:
 
Modernisering van de AWBZ
 
In de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) is het grootste deel van de chronische en langdurige zorg (care) ondergebracht. Aanvankelijk was het de bedoeling dat alle wet-  en regelgeving voor de ouderenzorg (verpleging en verzorging), de zorg voor mensen met een handicap, de thuiszorg en het caredeel van de geestelijke gezondheidszorg volledig uniform zou worden geregeld. Inmiddels is het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hier gedeeltelijk op teruggekomen. Voor de Extramurale Zorgproducten (EZP) is een uniforme regeling tot stand gekomen. De Intramurale Zorg Arrangementen (IZA’s) gaan niet door, vanwege het te grote aantal en de mogelijk bureaucratische werking hiervan. Aangekondigd is dat de IZA’s nu vervangen worden door de per 1 januari 2007 nieuw in te voeren homogene zorgclusters.
 
WMO en Zorgverzekeringswet
 
In de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) gaan de Welzijnswet, de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) en een aantal andere taken op, zoals de enkelvoudige huishoudelijke hulp. Het is de bedoeling deze wet per 1 juli 2006 of 1 januari 2007 in te voeren.
Verder is er nog de nieuwe Zorgverzekeringswet die op 1 januari 2006 wordt ingevoerd. Met die wet krijgen in principe alle burgers in Nederland te maken.
 
Het persoonsgebonden budget blijft
 
In de afgelopen jaren zijn verschillende zorgtaken in de AWBZ opgenomen om een eenduidige loketfunctie voor burgers te creëren. Voor een deel is dat gelukt. De 31 AWBZ-zorgkantoren die belast zijn met de uitvoering van de AWBZ zijn erin geslaagd de zorgcontractering met de zorgaanbieders grotendeels te coördineren.
Andere, beperkte, delen van de zorg worden nu via de gemeenten uitgevoerd.   
De gemeente staat natuurlijk dichter bij de burger dan het zorgkantoor. Dat kan een voordeel zijn als de gemeente meer zorgtaken krijgt. Maar de gemeenten moeten ook in staat worden gesteld deze taken goed uit te voeren. Het zorgkantoor heeft een grotere schaal (dan de meeste gemeenten) en dat is gemakkelijker bij de uitvoering van de administratieve rompslomp. Ook voor de gelijkberechtiging zou er veel te zeggen zijn voor de werking via de zorgkantoren. Gemeenten zullen verschillend handelen ten opzichte van elkaar. Niet duidelijk is welke onderdelen in de nieuwe Zorgverzekeringswet zijn geregeld, welke taken in de AWBZ thuishoren en wat via de gemeente via de WMO gaat verlopen. Dat zijn nadelen van het nieuwe stelsel.
De Nederlandse overheid is in het verleden sterker geweest in het creëren van nieuwe organen en wetten dan in het afschaffen ervan.
 
Meer doen met minder geld
 
In de maatschappij zet de individualisering door en de burger wordt deskundiger en mondiger. VWS wil de cliënten- en patiëntenorganisaties in de zorg stimuleren met drie miljoen Euro extra.
Door het convenant tussen VWS en de brancheorganisaties in de caresector (VGN, Arcares en GGZ-Nederland) moeten zorgorganisaties in de jaren 2004, 2005 en 2006 1,25 procent cliënten per jaar meer helpen. In de komende jaren komt er mede door deze maatregel aan de andere kant ook geld bij om een aantal groepen cliënten extra te helpen.
Door een eerder ingevoerde efficiencykorting van 0,8 procent, gecombineerd met loonverbeteringen voor de medewerkers, zullen zorgaanbieders in de komende jaren goed op het evenwicht tussen inkomsten en uitgaven moeten letten. Meer cliënten moeten met hetzelfde geld geholpen en ondersteund worden.
 
De inhoud telt
 
Om de bureaucratie te verminderen, heeft VWS de Commissie Reductie Administratieve Lasten onder leiding van de directeur-generaal Van Rijn ingesteld. Ik mag er zelf deel van uitmaken. Het is een lastige materie. Enerzijds bestaat in de maatschappij een tendens tot een steeds grotere mate van verantwoording per cliënt, per functie voor de cliënt en per zorgkantoor. In de Kaderregeling Verantwoording AWBZ van het CTG worden gedetailleerde eisen aan zorgaanbieders gesteld over de verantwoording van levering van de zorg. De zorgkantoren houden hierop toezicht. Cliënten en organisaties vragen hier ook terecht om.
Het zal de uitdaging zijn om deze verantwoording per uur, per dag, per kwartaal of per jaar voor de onderscheiden instanties zodanig te uniformeren dat niet steeds dezelfde informatie op een andere manier verstrekt hoeft te worden voor: de externe accountant, de Raad van Toezicht, de zorgkantoren, het CTG, het College voor Zorgverzekeringen (CvZ), VWS, het College Bouw, de gemeenten, de provincies en voor de frequent in te vullen enquêtes. Hier zijn verbeteringen bereikt maar er is ook nog een flinke weg te gaan.
Liberalisering in de zorg of de aankondiging dat er meer vrijheid gegeven wordt, geeft vaak tegelijkertijd een impuls aan andere (semi)overheidsorganisaties om in beweging te komen en om elders meer en nieuwe gedetailleerde (pseudo)regels te bedenken.
Voor degenen die via Landbouw en Zorg met deze ontwikkelingen te maken hebben, geldt dat vooral de clint in de zorg centraal moet staan en niet de omringende, zich wijzigende, wet- en regelgeving. Uiteindelijk telt vooral de inhoud van het werk.
 
drs. T.P.G. Kralt
vice-voorzitter Raad van Bestuur Stichting Philadelphia Zorg
en lid Raad van Advies Stichting Landbouw en Zorg

<<< terug